Coherence in Health

Nico Westerman


arts-acupuncturist
Is ziekte een fundamentele verstoring van het elektromagnetische regulatieniveau van het organisme?

Psychosomatiek en het reguliere denken
Het reguliere denken kent maar twee manieren waarop het brein invloed uit kan oefenen op het lichaam: neuronaal en endocrien. Dat biedt nauwelijks ruimte voor een fysiologische verklaring hoe psychische factoren een zodanig ziekmakende invloed zouden kunnen hebben dat ze ernstige structurele pathologie kunnen veroorzaken. De vraag kan zelfs worden gesteld of het reguliere medische denken er eigenlijk wel van uitgaat dat de geest bij ernstige lichamelijk ziekte de oorzaak kan zijn. Meestal heeft ‘psychosomatisch’ binnen de reguliere geneeskunde ook niet zozeer de betekenis van ‘door de psyche veroorzaakte lichamelijke ziekte’. Maar al te vaak wordt het begrip gebruikt bij lichamelijke klachten waarbij medisch onderzoek geen lichamelijke oorzaak oplevert. In het dagelijkse taalgebruik komt ‘psychosomatisch’ daarmee dicht bij: ‘de patiënt voelt iets, maar er is niets aan de hand’. Het ziet er naar uit dat de psyche als pathogenetische factor binnen de reguliere geneeskunde maar een heel bescheiden rol heeft.

Het medische paradigma
Een belangrijke oorzaak daarvan is dat het reguliere medische paradigma nog steeds sterk wordt beïnvloed door de ideeën van de zeventiende-eeuwse denkers, die aan de basis van het wetenschappelijke denken hebben gestaan. Zoals de filosoof en natuurkundige René Descartes (1596-1650). Wetenschap diende beperkt te blijven tot wat ‘gewogen en gemeten kan worden’. Al het andere had wetenschappelijk gezien geen bestaansrecht. En dat gold bovenal voor de menselijke geest, die voor Descartes van fundamenteel andere aard was dan het lichaam en op geen enkele wijze daarmee in contact kon zijn. Waar religieuze aspecten voor Descartes nog van groot belang waren (zij het buiten de wetenschap), creëerden de navolgers van Descartes in de 18e en 19e eeuw een wetenschappelijk paradigma waarbinnen hoe het universum in zijn werk gaat uitsluitend wordt bepaald door strikt materiële natuurwetten. Een paradigma waarbinnen de geest geen enkele rol had. Hoewel psychische processen tegenwoordig volop in de belangstelling staan, is de echo van Descartes en zijn geestverwanten nog onverminderd binnen de reguliere geneeskunde aanwezig. Lichaam en ziel zijn nog steeds gescheiden. En dat oefent nog altijd veel invloed uit op hoe binnen de geneeskunde wordt gedacht over de relatie mind-body. Het reguliere denken mist daardoor inzichtelijke transmissiewegen voor psychosomatiek.

Incoherentie op elektromagnetisch regulatieniveau en kwantumincoherentie
Binnen de niet-reguliere geneeskunde heeft het concept dat psychische processen bij welke ziekte dan ook een rol spelen, altijd een belangrijke rol gespeeld. In de voordracht van drs. Ton Couwenbergh is naar voren gekomen dat het brein via immunologische weg rechtstreeks een enorme invloed uitoefent op net lichaam. Behalve via het zenuwstelsel en het endocriene systeem vormen immunologische processen een logische transmissieweg voor psychosomatiek. Coherence in Health gaat verder in op nog twee wegen waardoor de geest lichamelijke ziekte kan veroorzaken: elektromagnetische incoherentie en kwantumincoherentie.

Elektromagnetische incoherentie heeft betrekking op disbalans binnen een nieuw biologisch regulatieniveau. Een organisch niveau waarvan in de laatste 30 jaar bekend is geworden dat het bestaat en dat het een belangrijke fysiologische rol heeft bij de regulatie van lichaamsprocessen: het elektromagnetische of bio-energetische regulatieniveau.

Licht uit cellen
De meest fascinerende ontdekking op het gebied van biologisch elektromagnetisme is begin jaren zeventig gedaan. Het bleek dat cellen licht uitstralen. Dit werd aangetoond door middel van fotomultiplicatorbuizen. Apparatuur waarmee zeer geringe lichtsterkten kunnen worden geregistreerd. Het gaat bij dit licht niet om de bioluminiscentie van glimwormen en vuurvliegjes, die op reacties van het enzym luciferase berust. Maar om een verschijnsel dat in iedere cel voorkomt. Het is in plantaardig, dierlijk en menselijk weefsel aangetoond. Het kan ook aan het intacte lichaam worden vastgesteld. Naar de Duitse fysicus Popp, een vooraanstaande onderzoeker op dit gebied, wordt van ‘biofotonen’ gesproken. Biofotonen zijn fysisch gezien niet anders dan andere lichtkwanten, maar het voorzetsel ‘bio’ benadrukt dat dit licht van een biologische bron afkomstig is. Er zijn diverse structuren binnen de cel die licht uitstralen. Onder meer de ribosomen en de mitochondriën. Het DNA is de krachtigste bron. Er blijkt een relatie te bestaan tussen de intensiteit van het metabolisme en de intensiteit van de biofoto-nenafgifte. Ook naarmate cellen sneller groeien, geven ze meer fotonen af. Als een celcultuur zodanig wordt beschadigd dat dit tot de dood van de cellen leidt, neemt de intensiteit van de meetbare lichtafgifte eerst zeer sterk af, om vervolgens direct voordat de celdood intreedt explosief toe te nemen. Door middel van ingenieuze experimenten met externe belichting is duidelijk geworden dat het gemeten licht slechts een fractie is van de hoeveelheid die binnen cellen wordt geproduceerd. De verklaring hiervan is dat onder normale omstandigheden het overgrote deel van de biofotonen binnen de cel ’verbruikt’ wordt (dit wordt ‘photontrapping’ genoemd).

De golflengte van biofotonen bestrijkt het hele lichtspectrum van infrarood, via zichtbaar licht naar ultraviolet. Het licht heeft een extreem geringe intensiteit, maar het vertoont een hoge graad van coherentie. Dat wil zeggen dat de trillingen van een bepaalde golflengte gelijk zijn in vorm, amplitude en fase. Eigenschappen die kenmerkend zijn voor laserlicht. Het licht wordt uitgezonden in korte, gepulseerde flitsen. Een opmerkelijke bevinding is dat ziekte gepaard gaat met coherentieverlies van de biofotonen. De synchronisatie van de lichtkwanten in amplitude en fase, en zelfs in frequentie neemt af. Technisch gezien gaat het licht uit cellen zich bij ziekte als incoherent lamplicht gedragen.

 
Figuur 1. Het menselijke biofotonenveld.




De consistente aantoonbaarheid, het universele voorkomen, de hoge coherentiegraad en het verlies daarvan bij ziekte, het gepulseerde uitzenden en het verschijnsel van ‘fotontrapping’ maken duidelijk dat het bij biofotonen om een fysiologisch relevant verschijnsel gaat. Binnen de techniek vormen lasersignalen de meest efficiënte vorm van signaaloverdracht. Met een minimum aan intensiteit wordt een maximum aan effect verkregen. Laserimpulsen zijn het summum in nuttig rendement waar het informatieoverdracht betreft.

Elektromagnetische trillingen aan het lichaamsoppervlak
Door de Canadese onderzoeker Bigu del Blanco is als eerste aangetoond dat ook aan het lichaamsoppervlak onder fysiologische omstandigheden elektromagnetische golven voorkomen. Dit is aangetoond met behulp van halfgeleidingsdetectortechniek. Ook deze golven hebben een zeer geringe intensiteit. Er worden frequenties gevonden van minder dan 1 Hz tot aan het lichtbereik toe. Figuur 2 laat een voorbeeld zien van menselijke bio-energie in dit frequentiebereik. De opname is gemaakt met signalanalyser, een elektromagnetisch detectie-apparaat waarbij de registratie wordt uitgevoerd via elektroden die aan de huid zijn bevestigd. De uitslagen in de onderste helft van de figuur vormen de weergave van de registratie van de proefpersoon. Een probleem bij het onderzoek naar biologisch elektromagnetisme is dat de intensiteit van de trillingen zo gering is dat ze wegvalt in de elektromagnetische achtergrondruis. Er zijn inventieve methoden ontwikkeld om de omgevingstrillingen te compenseren. De horizontale golflijn boven in de figuur is hier uiting van.
 

Figuur 2. Menselijke bio-energie in het lagere frequentiebereik.



Communicatie en regulatie
Het gaat bij biologisch elektromagnetisme om een in feite immens spectrum dat zich uitstrekt vanaf de zeer lange golflengten (lage frequenties), via radio-, televisie- en radargolffrequenties, tot en met het volledige lichtspectrum. De meeste onderzoekers gaan er vanuit dat het om informatieve processen gaat die betrokken zijn bij de regulatie van fysiologische processen. Dat komt neer op de hypothese van biologisch elektromagnetisme als een apart basaal biologisch regulatieniveau, naast het zenuwstelsel en het hormonale systeem. Popp en Nagl hebben een communicatiemodel opgesteld waarbinnen de intra- en extracellulaire communicatie binnen het organisme (mede) tot stand komen door middel van de generatie en absorptie van elektromagnetische trillingen. Dat model is gebaseerd op de overeenkomst tussen golflengte en werkbereik. Een principe dat overigens ook binnen de techniek wordt toegepast. De trillingen met langere golflengte die aan het lichaamsoppervlak worden aangetroffen, hebben dan betrekking hebben op de ‘langeafstandscommunicatie’ binnen het organisme. De signalen met kortere golflengte en de biofotonen zouden vooral betrokken zijn op de communicatie en regulatie op orgaanniveau, tussen cellen onderling en binnen de cel. Dat laatste komt in feite neer op de hypothese dat het metabolisme (mede) wordt gereguleerd door lichtimpulsen.

Door de spreker is in 1990 een theorie geformuleerd waarbinnen dat laatste is uitgewerkt. Deze theorie (‘Biofysische regulatie’, die uit verklaringsmodellen bestaat voor een diversiteit aan niet-reguliere behandelmethoden op basis van elektromagnetische processen) bevat een hypothese waarbinnen de activiteit van enzymen door middel van biofotonen wordt geregeld. De specificiteit van de regulatie kan berusten op specifieke golflengtes van de fotonen. Hiervoor staat een uitgebreid biologisch lichtspectrum ter beschikking. De noodzakelijke feedback voor een dergelijke regulatie berust binnen de theorie op laagfrequente elektromagnetische signalen uit het cytoplasma.

De rol van de hersenen en de psyche
Door diverse onderzoekers wordt het veldkarakter van de biofotonenemissie benadrukt. Vanuit die visie vormen biofotonen een oscillerend lichtveld, een kwantumveld, dat resoneert met het volledige organisme en al zijn onderdelen. Dezelfde veldeigenschappen kunnen worden toegekend aan de EM signalen in het lagere frequentiebereik.
Dit licht- en energieveld vormt in die visie een energetisch-informatieve matrix voor het lichaam, een dynamische blauwdruk voor de anatomie en fysiologie van het organisme, dat de lichaamsfuncties stuurt, integreert en coherent houdt. Het is duidelijk dat aan de hersenen belangrijke rol kan worden toegekend bij het in standhouden van de coherentie van dat veld. Het is hierdoor ook goed voorstelbaar dat psychische disfunctie leidt tot incoherentie binnen stuursignalen die door de hersenen worden afgegeven. Dit zou in theorie alle lichaamsfuncties kunnen beïnvloeden en het ontstaan van iedere denkbare somatische aandoening kunnen bevorderen.