Coherence in Health

Drs. Ton Couwenbergh

arts
Mijn zieke manager en mijn afweer

Met de manager in wordt in dit verhaal wordt niet alleen het brein bedoeld. Het brein speelt weliswaar een belangrijke rol, maar het is niet het enige orgaan wat van invloed is op de afweer.
Buiten het brein zijn ook de darmen van groot belang en de intra- en intercellulaire communicatieprocessen.  De manager staat dus niet alleen voor het brein, maar ook voor de darmen.
De Nervus Vagus, de zenuw die informatie vanuit de darmen doorgeeft, geeft voor 90% signalen naar de hersenen, terwijl de hersenen maar 15 % van de voor de darmen bedoelde signalen via de zenuwen sturen, de rest van de communicatie verloopt via hormonen en neurotransmitters. Dat doet ons afvragen waar de hersenen zitten? Heeft een mens meerdere breinen?

Communicatie staat centraal in de maatschappij en in het leven.
Zonder communicatie gaat het mis, ook in het lichaam. Alle organen staan met elkaar in verbinding, en beïnvloeden elkaar. Het ligt dus voor de hand dat het behandelen van één orgaan niet genoeg is, het hele lichaam moet behandeld worden, omdat alles met elkaar in verbinding staat. Door een toename van kennis moeten vaste functionele patronen losgelaten worden.

Iedere cel is soepel, vervormbaar door een flexibele celwand. Deze celwand bestaat voornamelijk uit cholesterol en arachidonzuur, stoffen die tegenwoordig vaak in negatief verband genoemd worden, maar die essentieel zijn voor de opbouw van de celwand.
Voor communicatie zijn altijd een ontvanger, een signaal en een receptor nodig. De receptoren op de celwand vangen boodschappen van andere cellen op. Dit werkt bidirectioneel, afferent en efferent.
Communicatie gaat via vele anatomische structuren en humorale factoren, zoals de organen, het zenuwstelsel, het endocrien stelsel en het immuunstelsel. Communicatie tussen cellen gaat via signaalstoffen, cytokinen, en anatomische banen, zoals het bloed, de zenuwen en de lymfe. Deze signaalstoffen, cytokinen, zijn er in vele soorten en maten en hebben per orgaan verschillende functies. Als men deze cytokinen onderdrukt door middel van medicijnen om bepaalde klachten aan een orgaan te verhelpen, moet men wel rekening houden met de gevolgen die kunnen ontstaan bij andere organen, door gebrek aan dezelfde cytokinen.

Wanneer we het over de pathologie van de hersenen hebben, gaat het vaak over interne ruimte-innemende processen, omdat deze de hersenen in verdrukking brengen. Onze hersenpan biedt namelijk wel een degelijke bescherming voor gevaren van buitenaf, maar bevorderd niet altijd de gang van processen aan de binnenkant.
Aan de binnenkant worden de hersenen goed beschermd door de bloed-hersenbarriere.
Het brein blijkt echter gevoeliger voor ziektebeelden dan werd gedacht. Pathogene microflora, chemische stoffen, medicatie, electromagnetische velden, chronische stress, pro-inflammatoire immuunreacties en microgliacel overactivering hebben allemaal invloed op de hersenen, omdat ze geen last hebben van de bloed-hersenbarriere.

In de hersenen heeft  ieder neuron zijn eigen cappillair, waardoor de hersenen goed doorbloed zijn. Het endotheel van de cappillairen, het basaalmembraam van de neuronen en de gliale cellen liggen strak aaneengesloten. Lipofiele (vetminnende) stoffen kunnen door het endotheel en het basaalmembraam heen, de meeste andere stoffen worden door endo- en exocytose getransporteerd. De p-glycoproteinepomp verwijdert ongewenste stoffen uit het interne milieu van de hersenen. Als door een infectie de bloed-hersenbarriere kapotgaat wordt antibiotica in de hersenen werkzaam.
De gliale cellen zijn werkzaam in de afweer en bieden steun aan de bloed-hersenbarriere.
‘Tight junctions’ tussen de endotheelcellen zorgen ervoor dat alle moleculen en ionen die richting de hersencellen gaan, door de cel heen moeten, en niet via de intercellulaire ruimte in de hersenen terecht kunnen komen.

Een externe factor die voor beschadiging van de bloed-hersenbarriere kan zorgen, ligt bij pathogene microflora, waaronder diverse virussen, zoals onder andere HIV, herpes simplex, cytomegalie en de mazelen, en bacterien als de Chlamidiae pneumoniae.
Het immuunsysteem reageert hierop met het sturen van macrofagen. Daarbij zullen de lichaamscellen een anti-viraal enzym, Rnase-L produceren, dat vreemd RNA vernietigt. Dit RNase-L richt zich vooral op mRNA en viraal RNA, maar varianten op dit enzym (die onder andere ontstaan bij patienten met CVS) kunnen zeer veel menselijk mRNA vernietigen.
Na een LPS-stimulus (feitelijk een injectie van schadelijke bacterien), wordt er door de endotheelcellen van de bloed-hersenbarriere stikstofmonooxide (NO) en superoxide-anion (O2-) gevormd als defensieve reactie. Als hiervan een overdaad aanwezig is bevordert dit de permeabiliteit van de bloed-hersenbarriere.

Stikstofmonooxide, NO, is lypo- en hydrofiel, gasvormig, en heeft een zeer korte bestaanstijd. Het wordt gevormd door oxidatie van de guaninegroep van L-arginine, en via hydroxylarginine en L-citrulline. Er onstaan zo 3 isovormen, een neutraal NOS, een door macrofagen induceerbaar NOS, en een endotheel NOS
Het superoxide anion bestaat uit twee zuurstofatomen plus een extra elektron, en is een biologisch toxische stof die zeer snel werkt. Het wordt geproduceerd door macrofagen om micro-organismen te doden, en komt ook vrij als bijproduct in de mitochondrien.
Het ion is in staat lichaamsvetten te peroxideren en zo kapot te maken, en het kan ontstaan door stress. Het anti-oxidant SOD, superoxide dismutase, biedt bescherming tegen dit ion, en werkt ook zeer snel.

Het immuunsysteem reageert op pathogene invloeden met een drastische toename van witte bloedcellen en PMN-cellen, die de bloedbaan in grote getale passeren. Deze cellen leven  kort, met een halfwaardetijd van 6-7 uur in het bloed en 1-4 dagen in weefsels buiten de bloedbaan.
Door middel van fagocytose worden de pathogene invloeden opgeruimd, maar na contact en binding van de macrofaag of PMN-cel aan het pathogeen worden er actieve zuurstofmetabolieten, ROS, gevormd onder invloed van NADPH-oxidase, en reactieve stikstofmetabolieten, RNS, afgegeven.
Onder ROS (reactive oxygen species) vallen het superoxide anion (.O2-), waterstofperoxide (H2O2), hydroxyl radicaal (.OH) en hypochloriet. Onder RNS (reactive nitrogen species) valt bijvoorbeeld stikstofmonooxide (NO). Als stikstofmonoxide en het superoxide anion met elkaar reageren, ontstaat er peroxynitriet, ONOO-, een zeer schadelijke en zeer reactieve stof.
Uit waterstofperoxide worden andere radicalen gevormd.

Wanneer de hersenen constant in stress zijn, wordt een constante prikkel uitgeoefend op het immuunsysteem. Hier is het immuunsysteem niet op gebouwd, en chronisch geprikkelde macrofagen zorgen door ruimtelijke strijdmethoden met RNS en ROS, voor kans op schade aan de eigen weefsels.
Dus als de macrofagen en PMN-cellen geactiveerd worden door infecties of andere stressoren geven ze ROS en RNS af, en wanneer dit chronisch wordt, treedt er beschadiging van de bloed-hersenbarriere op en ontstaat er een ‘leaky brain’.
Hierdoor kan er vreemd materiaal de hersenen binnendringen, waardoor de microgliacellen, de macrofagen van de hersenen, geactiveerd worden. Deze produceren, net als de gewone macrofagen, ROS en RNS, en dit is schadelijk in de hersenen.

Microgliacellen zijn de afweer- en reparatiecellen van de hersenen, en zijn bij ouderen groter in aantal dan bij jongeren, wat een hogere productie van ROS en RNS kan opleveren bij infectie.
Het aantal gliale cellen in de hersenen is groter dan het aantal hersenencellen, waardoor deze macrofagen de hersenen in een paar uur volledig afgetast hebben. De microglialecellen spelen een belangrijke rol in de pathogenese van neurodegeneratieve aandoeningen (Alzheimer, Parkinson).
Daarnaast stimuleren ze de excitatoire glutamaatreceptoren, onder andere NMDA receptoren.
Een overprikkeling van deze receptoren leidt tot een overmaat aan Ca2+ influx, wat de productie van NO stimuleert. Dit leidt tot zenuwdegeneratie. In het limbisch systeem en de hippocampus bevinden zich veel NMDA receptoren, en hier is de kans op hersenuitval dus het hoogst.
Veel stress zorgt voor depressiviteit, waardoor er zenuwcellen afgebroken worden en er geheugenverlies op kan treden.

Een ‘leaky gut’ kan leiden tot een ‘leaky brain’; de darmen worden in onderzoek vaak vergeten, maar hebben een grote invloed op het lichaam, en ook op de hersenen. Als er iets mis is in de darmen, veroorzaakt dit ook problemen in de hersenen.

Wat betreft elektromagnetische velden:
In vitro-onderzoek heeft aangetoond dat gezonde cellen niet gevoelig zijn voor elektromagnetische straling, maar cellen die al blootgesteld zijn aan oxidatieve stress wel.
Na te lezen op www.bbemg.ulg.ac.be/NL?1VoorstellBBEMG/prseutin2.html.

Stessoren hebben op allerlei mogelijke manieren invloed op de productie van NO en .O2-.
De efferente effecten op het brein zijn:
-    Een verandering van de moleculaire inhoud van de hersenen;
-    Een verandering van de NMDA receptoren, zorgt voor prikkeling, dan overprikkeling, dan uitval.
-    De centrale sensibiliteit van het pijnpad: ontstekings- en neuropathische pijn heeft een grote rol, en zorgt voor een upgrade van de neuronale prikkeling.
-    Als symptomen van het limbisch systeem zijn een verlies van plasticiteit, met onder andere een geheugenstoornis en een leerstoornis, en bijdragen aan een post-traumatische stressstoornis, een burn-out, slaapstoornissen, etcetera te herkennen.
-    Het levert mogelijk een bijdrage aan fibromyalgie, het chronisch vermoeidheid syndroom en multiple chemische overgevoeligheid.

Tot slot nog positief nieuws: huisvuil kan zorgen voor een gezond immuunsysteem, en lachen is gezond.

Klik hier voor de pdf